
Woord van de Wèèk
Human Interest 19 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Fâllie.
Onlangs verscheen ‘Tusse de fiep én de fâllie’, ’n buukske fantasie uut ’t lèève zoals schrijver Hay van Arensbergen het zelf noemt, in het dialect. Letterlijk betekent de titel ‘tussen de speen en de rouwsluier’, in het Nederlands ‘van de wieg tot het graf’. Enne fiep kan ook een ‘fluitje’ of een ‘raar persoon’ zijn, maar hoe zit het met fâllie?
fâllie zn m (-s, -ke) omslagdoek; rouwsluier; lijf: As ’t ka.ld is, kunde ovver ówwe ma.ntel nog enne fâllie draage. Vroeger hân vrôllie bïj begréffenisse enne fâllie um. Hïj lie.p ien zienen bloote fâllie. Hïj kreeg óp ziene fâllie (een pak slaag krijgen).
Fâllie is in het Nederlands ‘falie’. Aangenomen wordt dat dit woord komt van het Oudfranse ‘faille’ en volgens sommigen komt dat weer van ‘falie’, maar dat is discutabel. De meest algemene betekenis van ‘falie’ is die van een soort mantel met een kap en zonder mouwen of een doek die men over het hoofd draagt, vandaar ‘omslagdoek’. In sommige gebieden, zoals bij ons, is daar de betekenis ‘rouwsluier’ bij gekomen. In enkele plaatsen staat ‘falie’ voor een slordige vrouw. ‘Falie’ (fâllie) voor ‘lichaam’ is eigenlijk alleen af te leiden uit de uitdrukking ‘op zijn falie krijgen’, maar bij ons kun je blijkbaar ook ien ennen bloote fâllie loope.
Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin!
Reageren? herman.giesbers@outlook.com .


















