
‘Woord van de Wèèk 100’ voor Sjaak en Herman
Human Interest 142 keer gelezenGENNEP/MIDDELAAR | In deze Maas- en Niersbode prijkt op zijn vaste plaats het Woord van de Wèèk onder de kop ‘2 x Fieftig’. Het is namelijk het honderdste Woord van de Wèèk dat de neerlandici Herman Giesbers en Sjaak Kroon bespreken in hun dialectrubriek op pagina drie. De redactie ging in gesprek met de jubilerende schrijvers van de rubrieken ‘n Huukske Plat en Woord van de Wèèk. Over de liefde voor taal, het ontstaan van de rubrieken en hun toekomstplannen.
Door Jos Gröniger
De titel van de honderdste aflevering geeft aan dat Kroon en Giesbers de bijdragen gebroederlijk verdelen. “We schrijven beurtelings het Woord van de Wèèk”, zegt het tweetal, dat de woorden onder andere kiest op basis van de actualiteit en vragen of opmerkingen van lezers, en er diverse dialectwoordenboeken en andere bronnen voor raadpleegt.
‘Dialect spreken is voor veel scholieren een brug te ver’
Nederlands en dialect
De Nederlandse taal en de streekdialecten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat blijkt uit het antwoord dat Giesbers geeft op de vraag hoe bij de mannen die zich bezighouden met het de Nederlands de belangstelling voor het dialect ontstaan is. “Het zijn niet twee verschillende dingen. Het Nederlands is voortgekomen uit dialecten, en dialecten beïnvloeden het Nederlands. Het gaat om variatie en diversiteit. Zonder taalvariatie is er geen levende taal.”
Reacties en verzoeken
De bijdragen aan ‘n Huukske Plat en Woord van de Wèèk leveren de schrijvers vaak reacties op. “Als ik op zondag bij voetbalclub Astrantia langs de lijn sta, word ik regelmatig aangesproken over het Woord van de Wèèk”, zegt Kroon, “En door het schrijven leren Herman en ik ook weer nieuwe dingen. Zo ontdekten we dat sprokkelmaand niet van het dialectwoord sprok komt. En we legden uit dat bijvoorbeeld schóttelslét geen uniek Genneps woord is. Daar staat tegenover dat we een aantal woorden vooralsnog niet gevonden hebben bij andere dialecten. Denk aan roespele als synoniem voor foe.tele (vals spelen) en weedeme en weens voor weduwe.”
Daarnaast krijgen de twee ook verzoekjes om teksten te vertalen naar het Gennepse dialect. “Bijvoorbeeld onlangs van een kleindochter die ‘Nao ‘t Zuuje’ van Lex Uiting in ons dialect wil zingen voor haar opa en oma”, zegt Giesbers. “En dan hebben we rond de carnaval nog de vragen om spreuken in het dialect te vertalen’, vult Kroon aan, “We houden daar ook komend seizoen weer onze Dialéctwérkpléts voor open.”
Landelijke bekendheid
De publicaties van Herman Giesbers en Sjaak Kroon hebben ook geleid tot vermeldingen in Taalpost, de digitale nieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal. Verder vertaalden zij ook prentenboekjes over de kleine giraf Bib, zoals Bib stöt ziene kop en Bib is mama kwiet. Ook hebben zij educatieve praatplaten voor de kinderopvang en kinderliedjes vertaald op verzoek van ‘t Hoes veur ‘t Limburgs en voor streekvervoerder Arriva teksten voor kaartjesautomaten op stations. “Opmerkelijk is dat die teksten dus nu ook in ons streekdialect geplaatst worden. Het was lang zo dat alleen de dialecten voor Zuid- en Midden-Limburg als Limburgs gezien werden, maar dus ook voor het dialect in Noord-Limburg”, zegt Kroon. geplaatst werd”, zegt Kroon.
Minder dialect
Ondanks dat het dialect zo wel veel in het nieuws is en aandacht krijgt, wordt het steeds minder gesproken, zeggen de schrijvers. Kroon: “Bij de jongste generaties is het vrijwel geheel verdwenen. Dat blijkt ook uit het vragenlijstonderzoek dat we in 2025 in de gemeente Gennep uitvoerden.” En dat lijkt volgens de schrijvers een onomkeerbare ontwikkeling. “Scholieren vinden het leuk om wat óver het dialect te weten te komen, maar het te leren spreken? Dat is voor de meesten een brug te ver. Het Genneps streekdialect is gelukkig wel vastgelegd in het dialectwoordenboek. Dat kan ook in het onderwijs worden gebruikt”, zegt Giesbers
Toekomst
Deze week bereiken Herman Giesbers en Sjaak Kroon de mooie mijlpaal van honderd keer Woord van de Wèèk. De rubriek gaat echter de tweehonderd niet halen. Nog tot het einde van dit jaar is het Woord van de Wèèk op pagina drie van Maas- en Niersbode te lezen. “We hebben nu het gevoel dat het mooi is geweest”, klinkt het. De beide mannen staan open voor een andere dialectrubriek in deze krant. “Verder denken we over een ‘Buukske Plat’; een bundeling van de eerder verschenen Huukske Plat wen Woord van de Wèèk. “We hebben meer dan honderd Woorden van de Wèèk en vijftig edities van ‘n Huukse Plat. Plannen voor een andere dialectrubriek zijn er ook, maar belangrijk is ook of de redactie openstaat voor een dialectrubriek in de krant.” Dat laatste weet de redacteur te bevestigen, waarmee de weg naar een vervolg open ligt.
Terugblikkend zeggen Kroon en Giesbers dat de twee dialectrubrieken door hun vaste plaats en omvang in de Maas- en Niersbode voor veel mensen een ankerpunt in de week werden. “Er werd de volgende dag op het werk over gepraat bij de koffieautomaat en er werd op gereageerd. En ook dat houdt het dialect levend.” Volgens de schrijvers een mooie bijvangst van hun werk.



















