
Woord van de Wèèk
Human InterestGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Wèdvrow.
Een halve dag per week ben ik vrijwilliger bij de Taaladviesdienst van het taaltijdschrift Onze Taal. Samen met twee collega’s beantwoorden we dan vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen, bijvoorbeeld over bepaalde woorden. Zo had een mevrouw het woord ‘weduwvrouw’ gehoord en ze vroeg of dat nu “dialect, ouderwets taalgebruik of weer iets nieuws is”. Mijn twee collega’s kenden het woord niet, maar ik herkende het meteen uit ons dialect.
wèdvrow zn v (-we, -vröwke) weduwe: D’r gèt niks bovve ’n rieke wèdvrow, zègge ze wél ’s.
Iets nieuws is ‘weduwvrouw’ niet, want het staat gewoon in Van Dale. En ook de verkorte vorm van ‘weduwe’ staat in Van Dale: ‘weeuw’, dat in ons dialect wèw is geworden. Dat ‘weeuw’ is volgens Van Dale archaïsch, ouderwets taalgebruik dus. Verder hebben we naast wèdvrow en wèw ook nog de woorden weedevrow, weedeme en weens voor ‘weduwe’. Weedevrow is gewoon een variant van ‘weduwvrouw’, maar die andere twee lijken toch echt iets van ons dialect te zijn. Weedeme en weens voor ‘weduwe’ zien we nergens anders. De weduwnaar moet het trouwens met veel minder woorden doen: wèdkèl of weedeman. Maar zoals mijn collega zei: opmerkelijk dat er in dialecten zoveel varianten zijn.
Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin!
Reageren? herman.giesbers@outlook.com.


















