
Woord van de Wèèk: Kré.mpel
Human Interest 268 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Kré.mpel.
Onlangs las ik in een Duits boek ‘Man sollte den ganzen Krempel ins Meer werfen’, vrij vertaald ‘ze zouden al die rommel in de zee moeten gooien’. Makkelijk, ‘Krempel’, want dat kennen wij ook.
kré.mpel zn m spullen, rommel: D’n heele kré.mpel was nog gènne gulde wèrd. bn/bw krap: De naod was te kré.mpel genääjd én lie.t al ’n bitje los.
Van Dale Duits noemt ‘Krempel’ een informeel woord voor ‘rommel, kraam, prullenboel’, zo’n beetje hetzelfde als wat in het dialectwoordenboek staat. Is kré.mpel dan rechtstreeks uit het Duits overgenomen? Dat is maar de vraag. In het ‘Limburgs etymologisch woordenboek’ wordt het ook genoemd en daar wordt vermeld dat ‘krempel’ een verkleinwoord is van ‘kraam’ of ‘kraem’, dat in vroeger Nederlands o.a. ‘koopwaar’ betekende. De aa-klank is daarbij veranderd in een e-klank. Interessant, want ons kraom betekent behalve ‘kraam’ ook ‘rommel’. De dialectoloog Weijnen koppelt ‘krempel’ met als betekenis ‘krap’ aan het werkwoord ‘krimpen’. In het Groesbeeks woordenboek staat kré.mpel of kri.mpel niet als zelfstandig naamwoord, maar alleen als bijvoeglijk naamwoord, met de betekenis ‘amper’. Het Groesbeeks kent dan weer wel het werkwoord kré.mpele, ‘zwoegen voor de kost’. Kré.mpel is dus niet zomaar het Duitse ‘Krempel’. Waarschijnlijk hebben ze beide wel eenzelfde oorsprong.
Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin!
Reageren? herman.giesbers@outlook.com















