Woord van de Wèèk: Pluume.
Woord van de Wèèk: Pluume. Foto: Marieke Lemmen
DIALECTRUBRIEK

Woord van de Wèèk: Pluume

Human Interest 220 keer gelezen

Pluume

Wiel van Dinter, Genneps stadshistoricus en betrokken bij het dialectwoordenboek, is in augustus 96 geworden en op verjaardagsvisite komt altijd wel een keer het dialect ter sprake. Zo vroeg Wiel of ik het woord pluume kende. Eerlijk gezegd niet, maar het staat in het dialectwoordenboek.

pluume ww (pluumde; gepluumd) pulken: Pluum dâ kö.rske nie van die wó.nd. Ge mót nie zó ien ów neus pluume.

Pluume gaat terug op het Middelnederlandse ‘plume’, dat ‘de pluimen van de vogel plukken’ betekent en de ‘pluimen’ zijn de veren, van het Latijnse ‘pluma’, ‘veer’. Vanuit die betekenis is ‘plume’ ook ‘iemand plukken’ en ‘plunderen’ gaan betekenen en als ‘pluimen’ staat het woord met die betekenis in het ‘Brabants etymologisch woordenboek’. Van Dale noemt ‘pluimen’ Belgisch Nederlands voor ‘plukken’ en figuurlijk voor ‘beroven’, ‘bestelen’. Bovendien is ‘pluimen’ volgens Van Dale een regionaal woord voor ‘ruien’ en ‘pluizen’. De stap van ‘plukken’ naar ‘pulken’ is niet groot. Bij ‘plukken’ kun je ook denken aan iets uit elkaar halen of lospeuteren en in die zin zijn plukken en pulken bijna hetzelfde. Tot slot: in ons woordenboek staat bij pluum naast de betekenis ‘pluim’ ook ‘toffee’. ‘Toffee’ voor pluum ben ik nergens anders tegengekomen. Exclusief voor ons dialect?

Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin! 

Reageren? herman.giesbers@outlook.com.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant