
{DIALECTRUBRIEK] Woord van de Wèèk: Hètst
Human Interest 40 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is hètst.
We hebben ervan gelust. Het kwik dagenlang dertig graden of meer. Top voor aircoverkopers, maar vreselijk voor oudere mensen, ondanks alle adviezen om je tegen de hitte te beschermen. Het woord ‘hittegolf’ staat niet in het Genneps woordenboek, maar een paar dialectwoorden voor hitte hebben we wel opgenomen. Het mooiste vind ik hètst.
hètst zn m hitte; bliksem zonder donder: óngezó.nd wâ, die broejerige hètst. D’r zit hètst ien de lócht.
In de betekenis ‘hitte’ wordt hètst algemeen gebruikt, maar als ‘bliksem zonder donder’ is het minder bekend. Behalve hètst kennen we voor ‘hitte’ in ons dialect ook hèts en hètte. ‘Hetse’ en ‘hette’ bestaan al in het Middelnederlands. Ze kunnen samenhangen met het Duitse ‘Hitze’, ook herkenbaar in het Engelse ‘heat’. De vorm ‘hets’ voor hitte vinden we ook in Venlo en Venray. Nijmegen kent ‘hits’ en het Brabants kent ‘hèt’ en ‘hits’. Alleen in Groesbeek is het net als bij ons ‘hètst’. ‘Hètst’ is best een bijzonder woord. Het kan namelijk niet alleen als zelfstandig naamwoord ‘hitte’ betekenen, maar ook de overtreffende trap zijn van het bijvoeglijk naamwoord hèt (heet), hètter, hètst (heter, heetst). Maar van al die woordwetenschap krijgt u het niet minder warm ben ik bang.
Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon, én duut hin!
Reageren: s.kroon@tilburguniversity.edu.



















