
Woord van de Wèèk
Human Interest 80 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Lienôllie.
Sociale media staan vol adviezen over gezonde voeding, voedingssupplementen en ‘superfoods’. Lijnzaad en lijnzaadolie horen daar nu ook bij.
lienôllie zn m lijnolie, olie van vlaszaad: Lienôllie wier vroeger gebruukt bïj ’t maake van vé.rf.
Van Dale noemt ‘lijn’ een gewestelijk woord voor vlas, afgeleid van het Latijnse ‘linum’. In de Latijnse naam, linum usitatissimum, betekent usitatissimum het ‘meest gebruikte’ of ‘zeer nuttige’. Niet zo gek want vlas wordt al duizenden jaren gebruikt voor het maken van linnen uit de vezels en het winnen van meel en olie uit de zaden. Lienôllie of lienzaodôllie wordt dus geperst uit de zaden van vlas. De olie wordt gebruikt als houtbescherming, bindmiddel in olieverf en grondstof voor linoleum. Het eerste deel van de samentelling, lien-, gaat terug op het dertiende-eeuwse ‘linin’ (linnen) dat oorspronkelijk alleen een bijvoeglijk naamwoord was, maar uiteindelijk ook zelfstandig werd gebruikt. Ons liene kan net als het Nederlandse ‘linnen’ zowel zelfstandig (de tôffel was gedèkt mit liene) als bijvoeglijk zijn (’n liene pak). Vroeger was lie.zepap (lijnzaadmeelpap), een dikke gekookte brij van lijnzaadmeel, een goedkoop en voedzaam basisvoedsel, tegenwoordig wordt de pap aanbevolen als een vezelrijk, koolhydraatarm alternatief voor havermout. Ideaal als je kiest voor een keto-dieet, zegt het internet.
Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon, én duut hin!
Reageren: s.kroon@tilburguniversity.nl




















