Woord van de Wèèk: Plakke.
Woord van de Wèèk: Plakke. Foto: Marieke Lemmen
DIALECTRUBRIEK

Woord van de Wèèk: Plakke

Human Interest 275 keer gelezen

GENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Plakke.

Het Nederlandse ‘plakken’ – met een kleefstof op iets bevestigen, zegt Van Dale – is in het dialect plékke, zoals in Hïj blieft uu.re plékke. Maar in het dialect heeft plakke een heel andere betekenis. En dat kan gemakkelijk voor verwarring zorgen.

plakke ww (plakte; geplakt) opschieten; rooien: Dâ wé.rk plakt goe.d. A.nder wèèk is ’t èrpele plakke.

In de betekenis van ‘opschieten’ komt plakke behalve in het Genneps ook voor in oostelijk Noord-Brabant, in Noord-Limburg en in het Gelderse Groesbeek. Een echt Kleverlands woord dus. De herkomst van plakke is niet heel duidelijk. Het kan samenhangen met het Middelnederlandse ‘plack’ of ‘plecke’. Oorspronkelijk een plat voorwerp zoals een muntstuk, een lap stof of een vlek, maar gaandeweg ook gebruikt voor een afgebakend en bewerkt - en dus plat - stuk bouwland, een akker, als in enne plak èrpele. De betekenis ‘rooien’ van plakke zou daarbij kunnen aansluiten. Maar plakke kan ook samenhangen met het Middelnederlandse ‘placken’ dat verwijst naar het met pleister, mortel of leem bedekken van een muur, pleisteren of stukadoren dus. Bij zulk werk zie je meteen het resultaat van je inspanningen. Het is echt plakwé.rk, werk dat lekker opschiet. Hoe anders is het als iemand blieft plékke. Dâ plakt juust nie.

Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon, én duut hin!

Reageren: s.kroon@tilburguniversity.edu.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant