
Woord van de Wèèk
Human Interest 246 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Pöön,
Het is al erg lang droog, maar toch staat het in de tuin en tussen de stoeptegels weer vol met pöön.
pöön zn mv kweekgras (onkruid): Pöön ien d’n hof is lèllek, die kriede d’r hôs nie uut.
Van Dale en mijn plantengids noemen ‘kweekgras’ of ‘kweek’ een lastig onkruid met veel wortelstokken en moeilijk uit te roeien, zoals de voorbeeldzin al zegt. Pöön is een variant van het woord ‘puin’, dat ook in Van Dale staat en in veel varianten voorkomt. De algemene betekenis van dit ‘puin’ is ‘puntwortel’ en regionaal wordt dit woord ook gebruikt voor de wortelstok van enige grassoorten die in het wild, vaak als onkruid, groeien, aldus Van Dale. Ons pöön dus. ‘Puin’ als kweekgras vinden we in praktisch alle dialecten, met varianten als ‘paane’, ‘paone’, ‘pèèn’, ‘penge’, en ‘puingras’. In Cuijk is het ‘peun’, een variant die veel voorkomt. ‘Puin’ is verwant met ‘peen’ en ‘peen’ was oorspronkelijk een meervoud. Dat zien we ook bij pöön, een meervoud. Misschien zegt u ook wel ’t pöön als u ‘het onkruid’ bedoelt. En we hebben ook nog ‘puin’ als bouwafval en zo. Maar dat zou puun worden vanwege de ui of gewoon puin.
Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin!
Reageren? herman.giesbers@outlook.com.















