
Woord van de Wèèk: Mojjek
Human Interest 151 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Mojjek.
Sommige dialectwoorden zijn minder bekend dan het overeenkomstige Nederlandse woord. Zo kennen en gebruiken we wel allemaal het Nederlandse ‘meuk’ voor een hoop rommel of rotzooi. Maar het dialectwoord mojjek gebruiken we nauwelijks meer.
mojjek zn m (-e, -ske) meuk, voorraad appels of peren die in het hooi ligt te rijpen. Wïj hèbbe daor nog enne mojjek appele ligge. Dor zit nog wél enne mojjek (is iets te halen).
Het Nederlandse ‘meuk’ is verwant met het Middelnederlandse ‘muyck’ of ‘muydick’ dat zacht betekent. In de Hollandse dialecten is dit ‘meuk’ geworden, in Brabant ‘muik’ of ‘muuk’ en in onze streek mojjek. Dat hoor je ook als je de ‘y’ in ‘muyck’ als een ‘j’ uitspreekt. Enne mojjek is, net als ‘meuk’, zowel de bewaarplaats waar het fruit rijp en zacht wordt als de voorraad fruit zelf. En zowel de geheime plek waar geld bewaard wordt als de som geld zelf. Mojjeke betekent op de eerste plaats rijpen, maar daarnaast ook een tukje doen, zaniken en klussen. Dat klussen is dan meestal wel van het type klungelen, prutsen of frotten. Dat sluit mooi aan bij de betekenis rommel van ‘meuk’. Moeten we die dan ook maar toevoegen bij mojjek in het woordenboek?
Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon, én duut hin!
Reageren: s.kroon@tilburguniversity.edu


















