
Woord van de Wèèk: Verlortse
Human Interest 24 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Verlortse.
Ons dialect kent veel woorden waarmee we ons duidelijk negatief uitlaten over de manier waarop mensen met hun bezittingen of die van anderen omgaan. Mooie voorbeelden zijn verrinnewie.re,
verkâmmezâlle en verschéndelezie.re. Het resultaat is meestal de totale onbruikbaarheid van de zaak in kwestie. Minder vergaand is verlortse.
verlortse ww (verlortste; verlortst) verwaarlozen: Wâ ziede d’r uut. Ge hèt ów kleer hillemôl verlortst.
In verlortse herkennen we het kernwoord ‘lor’, een ding zonder waarde en, meer specifiek, waardeloze lappen of kledingstukken, kortweg vodden. De herkomst van ‘lor’ is onduidelijk. Het kan samenhangen met het (niet meer begrepen) Latijnse ‘lora’ dat slechte wijn betekent. In verlortse is aan het zelfstandig naamwoord ‘lor’ het voorvoegsel ‘ver-’ en de uitgang ‘-tse’ toegevoegd. Daarmee wordt het een werkwoord dat uitdrukt dat iets wordt veranderd in wat de kern van het woord aangeeft. Verlortse betekent dus letterlijk dat iets tot lor of vod gemaakt wordt. En dat is precies wat er gebeurt als je je kleding verwaarloost. Verwante woorden zijn lortsig (onachtzaam, onverschillig, slordig), lortsighèjd (gemakzucht, luiheid, onverschilligheid) en lortsbuu.l of lortskó.nt (slordig persoon). Het woord komt ook voor in het Land van Cuijk maar niet in Groesbeek, Venlo en Venray. Wat zouden ze daar zeggen?
Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon, én duut hin!
Reageren: s.kroon@tilburguniversity.edu


















