Woord van de Wèèk.
Woord van de Wèèk. Foto: Marieke Lemmen
DIALECTRUBRIEK

Woord van de Wèèk: Schoereezele

Human Interest 17 keer gelezen

GENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Schoereezele.

Een paar weken geleden hielden we in Milsbeek een lezing over ons dialect. Naar aanleiding van een van de plaatjes uit de presentatie vroeg een mevrouw wat nou toch schoereezele betekent. Nou, daar hebben we dus het dialectwoordenboek voor.

schoereezele ww (schoereezelde; ge­schoer­eezeld) zwoegen, ploeteren, hard werken: Ik hèb mien heele lèève mótte schoereezele um de ko.st te verdie.ne.

‘Ezelen’ in de betekenis van hard werken e.d. vinden we in heel Nederland en het staat ook in Van Dale, daar aangeduid als een informeel woord. In sommige plaatsen in Noord-Holland staat ‘ezelen’ ook voor dom hard werken en dat zal ermee te maken hebben dat een dom persoon ook wel een ezel genoemd wordt. In de regio Uden wordt ‘plagen’ als betekenis voor ‘ezelen’ genoemd. De combinatie met schoer lijkt echter exclusief voor ons gebied te zijn. We vinden schoereezele namelijk behalve bij ons alleen in Cuijk en Groesbeek. ‘Schoer’ is een regionaal woord voor een regenbui of onweersbui of voor ‘schouder’. Schoe.r als ‘onweersbui’ kennen wij ook, maar dat zal niet bedoeld zijn. Zeer waarschijnlijk komt schoer in schoereezele van het werkwoord schoe.re, ‘schuren’. Schoereezele is zo hard werken dat het ergens gaat schuren, aan de schouders bijvoorbeeld.

Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin! 

Reageren? herman.giesbers@outlook.com

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant