
Woord van de Wèèk: geschier
Human Interest 619 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is geschier.
Het Genneps is een Kleverlands dialect. Het vindt zijn oorsprong in de taal van het oude Land van Kleef. Dat Kleverlands is in Duitsland beschermd als Nederduits. Dat het Genneps Kleverlands is, kun je bijvoorbeeld mooi zien aan het woord geschier:
geschier zn o (-e, -ke) paardentuig; tafelbestek: ’t Is ’n heel wé.rk um ’n pèèrd ’t geschier ân te doe.n. We èète déftig; ’t zilvere geschier mót óp de toffel.
Het woord geschier staat niet in de Van Dale, maar wel in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) uit 1889. De betekenis daar is ‘vaatwerk’ en ruimer ook ‘gereedschap, gerei, tuig’. Het woord is volgens het WNT overgenomen uit het Duits en afgeleid van het werkwoord ‘scheren’ (snijden). Het betekent oorspronkelijk ‘iets dat door snijden gevormd is’. Het woord is in de zestiende en ook nog in de zeventiende eeuw in Nederland niet ongebruikelijk, maar komt in 1889 alleen nog in Zuid-Nederland voor. En nu dus nog steeds in het Genneps.
Mit de kómplemé.nte van Sjaak Kroon én duut hin!
Reageren? s.kroon@tilburguniversity.edu .


















