
Woord van de Wèèk: Knierps
Human Interest 11 keer gelezenGENNEP | De schrijvers van het Genneps Dialectwoordenboek blijven ook na de presentatie in oktober actief. Begrippen en woorden uit het dialectwoordenboek en uit de actualiteit en door lezers aangedragen vragen worden beurtelings besproken door Herman Giesbers en Sjaak Kroon. Het woord van deze week is Knierps.
Bij de laatste carnavalsoptocht in Gennep vroeg een deelnemer hoe we het dialectwoord voor ‘paraplu’ schrijven: pérrepluuj, zoals op hun wagen, of pèrrepluuj. In het woordenboek schrijven we dat laatste, met het accent naar links, met de è van kèl. Maar het kan veel simpeler, met een ander woord voor ‘paraplu’ uit het woordenboek.
knierps zn m (-e, -ke) paraplu; klein persoon: Ik bin miene knierps vergèète. Dèn klèène knierps ku.mt mien nog nie én de schowwer.
Nou is er wel wat geks met dat knierps. Het staat wel in een boek over het Limburgs, maar verder in geen enkel ander plaatselijk dialectwoordenboek, ook niet in bijvoorbeeld het Groesbeekse, dat vaak dezelfde woorden heeft als ons woordenboek. ‘Knirps’ vinden we wel in het Duits. In de Duitse omgangstaal is een ‘Knirps’ een klein jongetje, een dreumes, soms ook in negatieve zin bedoeld. Daarnaast heeft het de betekenis ‘opvouwbare paraplu’. Zo is ‘knirps’ ook terechtgekomen in Van Dale, als ‘opvouwbare paraplu van een bep. fabricaat’. Dat “bepaalde fabricaat” heeft te maken met het van oorsprong chique Duitse merk ‘Knirps Paraplu’s’. De vraag is nu: staat knierps terecht als dialectwoord in het woordenboek, en zo ja, met beide betekenissen? Als u het kent, laat het weten!
Mit de kómplemé.nte van Herman Giesbers, én duut hin!
Reageren? herman.giesbers@outlook.com

















