Koos.
Koos. Foto: De Maas Driehoek
COLUMN

‘Hoe die jongens met hun capuchon mijn excuses aan te bieden?’

Column 1.097 keer gelezen

Lopen daar weer enkele van die gure types, ik vertrouw hen niet. Of lopen ze? Ze sloffen zich vooruit, eentje zeult een scooter met zich mee, hun tred, hun hele houding is onverschillig. En misschien nog wel het meest irritant: capuchon ver over het hoofd getrokken, opdat ze kennelijk maar zo onherkenbaar zullen zijn als ze zo meteen weer een of andere rottigheid uithalen.
Ze lopen voor ons in het steegje, houden halt en parkeren hun scooter aan de kant. Tot mijn verbazing blijken ze te kunnen praten. Ze vragen zelfs iets. Of ze die scooter daar even neer mogen zetten terwijl ze naar het winkeltje even verderop gaan.

Ja natuurlijk, zeggen wij, verbaasd over hun nette vraag. En als ze terugkomen, terwijl we voor het huis, de plek van onze bestemming, nog staan te praten, beginnen ze zowaar een praatje, vriendelijk en geïnteresseerd.

Als ze even later weg zijn, kijken mijn maat en ik elkaar aan. En moeten beiden toegeven dat we stevig gecorrigeerd zijn in het beeld dat we met een rotsvaste overtuiging van die twee jongens dachten te hebben. Is dat nou wat men bedoelt met een vooroordeel?

Doet me denken aan een paar dagen eerder. De mevrouw achter de kassa van de supermarkt is in druk gesprek met mevrouw de klant. Laatstgenoemde prijst haar zwager de hemel in omdat die haar vaak met een klusje even komt helpen.
“Dat hoor je tegenwoordig niet vaak meer”, zegt mevrouw de kassière. Ik wil me met het gesprek bemoeien, doe het toch maar niet. Hoezo hoor je tegenwoordig niet vaak meer dat mensen elkaar helpen. Maak me niet wijs dat ik in een meer voorbeeldige omgeving verkeer dan anderen. Waar komt zo’n domme opmerking toch vandaan?

Ik hoor en zie het constant om me heen. In Heijen wordt een dorpshuis feestelijk geopend, opgekalefaterd met de hulp van talloze trotse vrijwilligers. In de krant staat het verhaal van een groepje oudere mannen die de sportvelden van VV Gassel bijhouden, trouw en toegewijd. De voorzitter van de club zegt dat hij wel kan huilen van trots. Dat snap ik. Die mevrouw achter de kassa lult uit haar nek.

En hoe ik die jongens met hun capuchon mijn excuses moet aanbieden, ben ik nog aan het bedenken.

Koos

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant